Puzzelverhalen

Week 1

Week 2

Verhaal1 - 2 - 3 - 4 - 5

Verhaal1 - 2

Verhaal van week 2

(inzenden kan zolang de 'corona' maatregelen gelden)

Bepakt en bezakt lopen de gasten de hal van het hotel in, waar ze hun sleutels op de balie leggen. Met grote uitzondering was zelfs de gast met claustrofobie in de lift gestapt. Zodra Gerard Hermine de paar treden afhelpt, rent Mariëtte langs hen.
‘Is die wc-rol dief nu al eens gepakt? Weten jullie al wie het heeft gedaan?’
Met uitgestoken hand loopt ze op Wilma af. ‘Goedendag, u heb ik nog niet gezien. Ik ben Mariëtte.’
Wilma beantwoordt de uitgestoken hand niet, maar loopt linea recta naar de uitgang. Op dat moment vallen alle lichten uit. Wilma staat doodstil.
‘Ach nee,’ zegt Hermine.
Een paar secondes later lijkt de kelder tot leven te komen. En wat daar tot leven komt, gromt en trilt.

‘De noodgenerator,’ zegt Gerard. ‘Elektriciteitsstoring.’
‘U bent een man van weinig woorden,’ zegt Hermine en lacht er vriendelijk bij.
Wilma loopt ondertussen stevig door naar de voordeur, roept ‘dag beste mensen, misschien tot ziens’ en trekt aan de deurklink. De deur opent niet. Ze trekt nogmaals en nogmaals. De deur komt niet in beweging. Naast de deur flikkert een lichtje naast een kastje met cijfers erop.
‘Shit, shit, het alarm staat aan. Waar is de eigenaar?’ roept ze over haar schouders.
De andere gasten kijken haar aan en dan naar elkaar. Ernst-Willem is de eerste die in beweging komt.
‘Een alarm?’ vraagt hij, terwijl dat toch echt was wat ze zei.
De hele groep komt in beweging en schaart zich om het alarm.
‘We bellen de eigenaar.’ Gerard loopt naar de receptie. ‘Het is toch al bijzonder dat hij er niet is. Dat hij geen ontbijt serveert is tot daar aan toe, maar we kunnen ook niet uitchecken op deze manier.’
De telefoon gaat een paar keer over, voordat hij de eigenaar aan de telefoon krijgt en het dilemma kan uitleggen.
‘Klopt, klopt. Ik ben er niet. Ik mag niet meer naar buiten. Ik woon net buiten Amsterdam en in ons dorp is een algehele lock down afgesproken. Ik ben ervan uitgegaan dat ik ook niet naar mijn werk hoefde.’
‘Uw werk? U heeft een hotel.’
‘Klopt, klopt. U zegt een hoop dat klopt. Het klopt ook dat ik niet naar het hotel bent gekomen. U kunt gewoon weggaan en de sleutel achterlaten. Ik vraag vandaag wel iemand om even de deur te sluiten enzo.’
‘Dat is dus het probleem. We kunnen niet naar buiten. Het alarm staat nog aan.’
‘Alarm? Ik heb geen alarm. O, wacht. Is er een elektriciteitsstoring?’
‘Ja klopt, de noodgenerator staat te loeien.’
‘Aha, mijn grootvader heeft een week voor zijn overlijden een alarm geïnstalleerd. Die is, denk ik, aangegaan. Een oud systeem, nauwelijks gebruikt, werkte niet goed. Ik denk dat het al weer twintig jaar geleden is dat ik de code heb moeten invoeren. Het is een hoop gepuzzel, maar je kunt de code achterhalen. Vind het briefje.’
‘Briefje?’
‘Ja, briefje. Ik moet wel even zeggen dat het bijna 10 uur is en ik net heb begrepen van mijn provider dat zij een persoonlijke lock down toepassen op mijn abonnement. Het heeft iets met mijn betalingsachterstand te maken. Dus elk moment kan de verbin…’
Toen viel het stil aan de andere kant van de lijn. Gerard belt terug, maar het nummer blijkt niet meer in gebruik.