Puzzelverhalen

Uitleg - Prijzen

Week 1

Verhaal1 - 2 - 3 - 4 - 5

Week 2

Verhaal1 - 2

 

Jij bent een journaliste en altijd op zoek naar de sappigste verhalen, de mooiste quotes en de grappigste anekdotes. Jij belt net je vader. Hij is voor een weekendje in Amsterdam. Eigenlijk voor een tinderdate, maar die heeft afgezegd wegens de sluiting van de horeca. Je vader is nog kwiek voor zijn leeftijd. Met zijn mobiel maakt hij gebruik van datingapps, belt hij je het liefst met facetime en appt alle foto’s en filmpjes naar je door.
Soms kan hij van drukte in de war raken. Vroeger was dat niet zo. Toen was hij de scherpste rechercheur die Utrecht kende. Als hij zijn tanden in een zaak zette, wist iedereen dat die zaak opgelost zou worden. Ondertussen speelt de leeftijd hem parte.
‘Hi pap. Hoe is het daar in Amsterdam?’
‘Leuk dat je belt. Ik ben net gesetteld. Het hotel is vrijwel verlaten. De laatste medewerker heeft iets van een half uur geleden door de intercom vertelt te vertrekken. Er is zelfs nog maar één wc-rol beneden. Wist je dat alle horeca is gesloten?’
‘Ja, pap, je appte me dat. Je date heeft daarom afgezegd.’
Je vader zucht. ‘Ik had nog willen voorstellen om gewoon door de stad te wandelen, maar ze was nergens voor te porren. Griepverschijnselen, zei ze. Dat kan natuurlijk van alles zijn. Maar hoe is het met jou?’
Je wilt net antwoord geven als je op de achtergrond een hoop lawaai hoort. ‘Wat is dat voor herrie?’
‘Dat is de lift. Ja, vreselijk. Dat ding piept en kraakt elke keer als hij omlaag en omhoog gaat. Daarnet was ook al iemand op en neer gegaan en nu weer.’
‘Balen zeg. Ja, een andere kamer kun je natuurlijk niet meer krijgen.’
‘Nee, nee….’
Voordat je vader zijn zin kan afmaken, klinkt er geschreeuw van de gang.
‘Wie heeft de laatste rol gepikt? Welke luis heeft dat gedaan?’ De vrouwenstem lijkt nog het meest op een kraaienstem.
‘Meisje, even wachten, ik ga kijken wat er is.’
Voordat je ermee kunt instemmen, klinkt er een hoop gestommel en geruis.
‘Pap?’
Geen reactie.
Wel krijg je een oproep voor een facetime gesprek van je vader. Je drukt op de groene knop en direct verschijnt een korrelig beeld van je vader en het plafond. Dat zwiept het beeld in de rondte en stopt zodra een persoon in beeld is. Het beeld wiebelt, maar je ziet een vrouw van in de dertig of veertig staan. Met haar handen in haar zij eist ze een antwoord.
‘Wie?’ schreeuwt ze nog eens.
‘Rustig, mevrouw, misschien kan ik u helpen?’ Je vader stapt op haar af. ‘Mijn naam is Gerard. Ik ben rechercheur geweest.’
Hij noemt graag dat hij rechercheur is geweest. ‘Dat stelt de mensen gerust. Ze vertrouwen me dan direct,’ vertelt hij er dan bij.
‘Nou, als je een rechercheur bent, dan kun je vast wel vertellen wie de laatste wc-rol heeft gestolen.’
wc-rol?
‘Pap, pap!’ roep je door de telefoon, maar hij geeft geen reactie. Je ziet nu nog enkel de vloer. Een versleten houten vloer waar hier en daar resten tapijt op ligt. Wat een acheneb… Die gedachte wordt onderbroken door je vaders stem.
‘Mevrouw, rustig.’
‘Mevrouw, mevrouw?’ roept de vrouw om dan met een zachtere stem te vervolgen. ‘Ik heet Mariètte.’
‘Mariètte,’ zegt je vader direct, ‘kun je ons vertellen wat er is.’Ondertussen zwaait hij met zijn telefoon en kort zie ik het gezicht van de vrouw. Ze kijkt iets minder boos dan eerst. ‘Ik werd net gebeld door mijn do…’
‘Je weet dat de eigenaar zei,’ krast de vrouw erdoorheen, ‘dat er nog maar één wc-rol was beneden in het toilet. Weet je dat nog?’
Je hoort niets, maar kort erop vervolgt de vrouw haar verhaal.
‘Die is nu dus weg. En ik wil weten wie dat heeft gedaan. Ze zouden verboden moeten worden, die hamsters.’
Je kunt het niet zien, maar je weet zeker dat ze met opgestoken vinger staat, de wereld de les lezend.
‘En wie heb je daar aan de lijn?’ roept de vrouw.
Plots wiebelt het beeld alle kanten op en verschijnt het gezicht van de vrouw.
‘Wie ben jij?’
‘Ik ben de dochter van mijn vader,’ zeg je, overdonderd door de wending in het gesprek.
‘En dit is vast je vader.’
Je knikt.
‘Kun jij ons niet helpen?, vraagt de vrouw. ‘Ik vertrouw hier niemand. Ook geen rechercheur. Ook rechercheurs schij…’
Gelukkig maakt ze de zin niet af. Achter de vrouw verschijnt een andere vrouw in de deuropening.
‘Wat een lawaai. Dit is al zo’n gehorig hotel en nu dit er ook nog eens bij. Ik hoef in ieder geval niet meer te vragen waar het om gaat. Dat heb ik wel gehoord. Maar zou de speurtocht naar de wc-rollendief iets zachter kunnen plaatsvinden?’
Langzaam zakt je beeld weer naar de grond.
De vrouw die de mobiel vast heeft, gromt. ‘Ik werd net wakker en het enige dat ik dacht: mijn papier is op. Ik haal een paar velletjes. Meer niet. Een paar velletjes!’
‘Ja, nu is het welletjes.’
Plots krijg je weer zicht op de gang. Je ziet je vader die de mobiel overpakt.
‘Sorry, het is hier nogal onrustig blijkbaar. En ik wilde je zelfs iets doorsturen om te laten zien hoe rustig het hier is. Althans buiten.’ Hij draait de mobiel rond, zodat je alles goed kunt zien. Achter de aanvankelijk schreeuwende vrouw is een jongeman op de gang verschenen. Naast je vader staat een oudere vrouw met rollator. Zij is er duidelijk klaar mee.
‘Het duurt een eeuwigheid, voordat ik bij de deur kon komen. Dus ik hoop nu wel dat jullie het respect kunnen opbrengen om rustig naar jullie kamer te gaan. Ik wil helemaal niet weten wie die wc-rol heeft gepakt. Ik heb nog genoeg.’ Pardoes stapt ze naar achteren en sluit de deur.
Voor enkele secondes heerst er stilte op de gang. Dan spreekt je vader op een rustige toon.
‘Beste mensen. Hoe graag ik dit ook langs me heen zou willen laten gaan, is het van belang dat we dit wel oplossen. We leven in bizarre tijden en we moeten weten wie we wel en niet kunnen vertrouwen. En als iemand die rol heeft gejat, dan kan diegene nog in het reine komen. Letterlijk en figuurlijk.’
‘Ja, maar jij kan het ook hebben gedaan.’
‘Klopt, maar mijn dochter niet.’
Plots zie je alleen nog het plafond. Blijkbaar houdt je vader de mobiel omhoog.
‘Mijn dochter spreekt met jullie allemaal. En ze zal mij ook bevragen. Ze kan dat goed, want ze is journaliste. Zodra ze iedereen heeft gesproken, weet ik zeker dat zij weet wie het heeft gedaan.’

‘Dus jij gaat mij ondervragen? Ik zei net toch. Ik ben in slaap gevallen, waarschijnlijk net nadat die stem door die intercom klonk. Wat een vreselijk systeem zeg. Je gaat toch niet zo hard door een hotel bleren. Dat doe je toch niet, zeker niet als je de eigenaar bent.’

‘Sorry, Ernst-Willem heet ik. Maar ik kan niet te lang met u spreken. Als ik te lang praat, krijg ik kriebel in mijn keel.
Hatsjoe!
Zie je, het begint nu al. Hier ligt zoveel stof dat al mijn pillen, verstuivers en druppels daar niet tegenop kunnen.
Hatsjoe!
Ik zag een deur openstaan. Hier, bij mij aan de overkant. Aan deze kant van de gang. Ik zag dat toen ik de gang opkeek, nadat die vreselijke lift weer eens omlaag ging. Wat een rotherrie maakt dat ding.
Hatsjoe!
Ik ben blij dat ik die kamer niet heb, de kamer die daar tegenaan zit.
Sorry, ik moet nu gaan.
Hatsjoe!’

‘Wilma. Ik heet Wilma. Het enige dat ik kan zeggen over vanavond is dat ik niets heb gehoord. En dat zegt best iets. Wat een gehorige rot krot is het hier. Zelfs de cijfers van de deuren vallen eraf. In ieder geval bij mijn overbuurman. Die heeft een cijfer tekort. Je ziet de v...'
Op de achtergrond is een nieuwe schreeuw van de vrouw op de gang te horen.
'Wat een geschreeuw,' gaat Wilma verder. 'Als ik dat had geweten, had ik nooit hier gaan slapen. Ik moet trouwens niet liegen. Ik hoorde wel wat. De hele avond hoorde ik mijn overbuurman niezen. Jemig, wat kan die niezen en vaak, en veel en gewoon de hele tijd. Ik denk dat ik hem elke minuut heb horen niezen en soms wel vaker dan dat.’