Inleiding

Vijftien mensen in een metrowagon, dat is de beginsituatie zoals hieronder wordt geschetst. Om te voorkomen dat we een boekdeel moeten schrijven om duidelijk te maken wie waar staat, maken we gebruik van een klikbare afbeelding. Legenda:

  • De witte rondjes zijn palen.
  • De blauwe rondjes zijn de personages. Daar kun je op klikken.

Het verhaal verschijnt als je in volgorde op de blauwe bolletjes klikt. Wil je het verhaal nog eens achter elkaar lezen? Kijk dan onder aan de pagina. Een van de personages zal je vast aanspreken. Wie is het en hoe is diegene in de metrowagon terechtgekomen?

Bekijk je dit op je mobiel? Dan zie je onder de afbeelding de bijbehorende teksten. Op een desktop verschijnt het links van de afbeelding.

Wagon

Klik op een blauw rondje

Klik op een blauw rondje


1. Het alarm dat de metrodeuren sluiten, klinkt hard, net zoals het bedoeld is. De 15 passagiers in de achterste metrowagon letten niet op de deuren. De meesten van hen letten op de drie personen die net zijn binnengestapt. De associatie met Men in Black is niet vreemd. Ondanks dat de zon niet schijnt, hebben ze alle drie een zonnebril op. En ondanks dat het geen bruiloft is, zijn ze alle drie gekleed in een zwart pak. De linker persoon, een vrouw met een lange vlecht die tot ver over haar middel hangt, stapt naar voren.
‘Iedereen stil,’ roept ze. Voor niets eigenlijk, niemand maakte een geluid. Alsof ze kan toveren, houdt ze plots haar identificatie omhoog. 'Geheime dienst,' zegt ze met luide stem.

2. De middelste persoon tikt haar op de schouder en smoest in haar oor. Hij houdt zijn rechterhand op zijn heup. Met zijn linkerhand reikt hij in zijn binnenzak.

3. 'Ja, AIVD,' zegt de vrouw aanvullend, 'maar dat is hetzelfde.'
'Ongeveer,' bromt de linker man. Zijn stem slaat over en hij kan nog net een hoestbui voorkomen door een paar keer te slikken en diep in te ademen.
De metro komt in beweging. De mensen die staan houden zich steviger vast aan de palen. De slapende man zakt opzij. De twee personen met de ogen dicht wiegen heen en weer, ze lijken zich nergens van bewust.
'We zijn hier niet voor niets. We weten dat hier een ontmoeting plaatsvindt tussen minimaal drie en misschien wel meer personen.'
'Of minder,' roept de vrouw.
De man gooit haar een dodelijk blik toe en vervolgt zijn monoloog. 'Waarom jullie elkaar ontmoeten is geheim.'
'Een geheim,' bromt de middelste persoon.
'Ja, ja,' gaat de man verder. 'Jullie hebben nu de kans om je bekend te maken. Zo niet, dan nemen we maatregelen.'
Hij knikt naar de vrouw die een stap naar voren doet.

4. Ze struikelt bijna over de tas van de man die op de stoel naast de deur zit. De tas valt om en een paar laarzen met naaldhakken zakken langzaam naar de vieze vloer van de metro. Snel propt de man de schoenen terug.

5. Het meisje dat naast hem zit, luistert met gesloten ogen naar de muziek die door haar grote hoofdtelefoon in haar oren schalt. Ze opent een oog, kijkt de vrouw aan en trekt een mondhoek op.

6. Aan de andere kant van de man en het meisje zit een jongen. In spiegelbeeld van het meisje zit hij ook met gesloten ogen muziek te luisteren. Hij opent een oog en kijkt het meisje recht aan. Dan graait hij in zijn zak. Het meisje schudt haar hoofd.

7. De twee vrouwen die tussen de zitjes staan en zich vasthouden aan de paal staan verstijft van angst bij de paal. 'Shit, Mariët, ik zei toch dat we de bus moesten pakken Er is altijd gedonder in de metro. Altijd!'

8. De andere vrouw houdt zich zo stevig vast aan de paal dat ze geen gevoel meer heeft in haar vingers. Haar handen zijn ondertussen wit en haar knokkels rood. Langzaam draait ze haar hoofd naar de twee jongens bij de deur, rechts van hen.

12. Haar moeder duwt het meisje achter zich, beschermend, hopend dat dit snel voorbij is. Bovenop alle ellende kan ze dit er niet bij gebruiken.

11. Het meisje gilt als de jongen voor haar een trap in zijn buik krijgt. Ze begint te huilen. De man in zwart schreeuwt dat ze stil moet zijn.

9. ‘AK47, AK47, AK47,’ mompelt een van hen. Continue. De ander wrijft bij hem over zijn arm, maar die slaat hij weg.

10. De andere jongen, of eigenlijk jongeman, kijkt achter hem naar de bange vrouwen en dan naar de vrouw in zwart. Als hij zich weer naar de jongen naast hem wendt, controleert hij eerst zijn kansen. Rechts van hem is ruimte. Hij weet dat het nu onvermijdelijk is: hij moet nu handelen. Voordat hij kan doen wat hij moet doen, klapt hij dubbel van de trap in zijn maag.

13. Het meisje dat naast de jongens op een stoel zit, kijkt verschrikt op en trekt haar tas nog strakker tegen zich aan als de jongen dubbelklapt van de pijn. Tranen wellen op in haar ogen. Ze wist al langer dat de stress haar te veel zou worden.

14. De zakenman die gedraaid zit en met zijn rug tegen haar aanschurkt, roept plots ‘ja’ en schreeuwt dan dat iemand zijn werk maar eens moet doen. Hij gebaart heftig en drukt dan nadrukkelijk zijn mobiel uit. Voor zijn voeten graait hij naar zijn tas, kijkt op en beseft wat er aan de hand is.
'Laat die tas liggen, meneer.' zegt de man in zwart.
De zakenman negeert dit bevel.
‘Laat je tas los!’ schreeuwt de man weer waarop hij achter van zijn rug een pistool pakt.
De middelste persoon in zwart stapt op zij, naar het voor hem linker gedeelte van de metrowagon.

15. Verschrikt wordt de tot dan toe slapende man wakker. Hij zakt pardoes opzij en glijdt bijna van het bankje af. Met moeite krabbelt hij rechtop. Hij schudt zijn hoofd, steekt zijn hand in zijn jaszak en een pijnscheut schiet door zijn rug. De elektrische schok van de taser is zo hevig dat hij alsnog van het bankje zakt. Uit zijn tas valt wat er uitziet als hetgeen de mensen in het zwart moeten hebben. De man in zwart stapt erop af.

Verhaal uitgeschreven

1. Het alarm dat de metrodeuren sluiten, klinkt hard, net zoals het bedoeld is. De 15 passagiers in de achterste metrowagon letten niet op de deuren. De meesten van hen letten op de drie personen die net zijn binnengestapt. De associatie met Men in Black is niet vreemd. Ondanks dat de zon niet schijnt, hebben ze alle drie een zonnebril op. En ondanks dat het geen bruiloft is, zijn ze alle drie gekleed in een zwart pak. De linker persoon, een vrouw met een lange vlecht die tot ver over haar middel hangt, stapt naar voren.
‘Iedereen stil,’ roept ze. Voor niets eigenlijk, niemand maakte een geluid. Alsof ze kan toveren, houdt ze plots haar identificatie omhoog. 'Geheime dienst,' zegt ze met luide stem.
2. De middelste persoon tikt haar op de schouder en smoest in haar oor. Hij houdt zijn rechterhand op zijn heup. Met zijn linkerhand reikt hij in zijn binnenzak.
3. 'Ja, AIVD,' zegt de vrouw aanvullend, 'maar dat is hetzelfde.'
'Ongeveer,' bromt de linker man. Zijn stem slaat over en hij kan nog net een hoestbui voorkomen door een paar keer te slikken en diep in te ademen.
De metro komt in beweging. De mensen die staan houden zich steviger vast aan de palen. De slapende man zakt opzij. De twee personen met de ogen dicht wiegen heen en weer, ze lijken zich nergens van bewust.
'We zijn hier niet voor niets. We weten dat hier een ontmoeting plaatsvindt tussen minimaal drie en misschien wel meer personen.'
'Of minder,' roept de vrouw.
De man gooit haar een dodelijk blik toe en vervolgt zijn monoloog. 'Waarom jullie elkaar ontmoeten is geheim.'
'Een geheim,' bromt de middelste persoon.
'Ja, ja,' gaat de man verder. 'Jullie hebben nu de kans om je bekend te maken. Zo niet, dan nemen we maatregelen.'
Hij knikt naar de vrouw die een stap naar voren doet.
4. Ze struikelt bijna over de tas van de man die op de stoel naast de deur zit. De tas valt om en een paar laarzen met naaldhakken zakken langzaam naar de vieze vloer van de metro. Snel propt de man de schoenen terug.
5. Het meisje dat naast hem zit, luistert met gesloten ogen naar de muziek die door haar grote hoofdtelefoon in haar oren schalt. Ze opent een oog, kijkt de vrouw aan en trekt een mondhoek op.
6. Aan de andere kant van de man en het meisje zit een jongen. In spiegelbeeld van het meisje zit hij ook met gesloten ogen muziek te luisteren. Hij opent een oog en kijkt het meisje recht aan. Dan graait hij in zijn zak. Het meisje schudt haar hoofd.
7. De twee vrouwen die tussen de zitjes staan en zich vasthouden aan de paal staan verstijft van angst bij de paal. 'Shit, Mariët, ik zei toch dat we de bus moesten pakken Er is altijd gedonder in de metro. Altijd!'
8. De andere vrouw houdt zich zo stevig vast aan de paal dat ze geen gevoel meer heeft in haar vingers. Haar handen zijn ondertussen wit en haar knokkels rood. Langzaam draait ze haar hoofd naar de twee jongens bij de deur, rechts van hen.
9. ‘AK47, AK47, AK47,’ mompelt een van hen. Continue. De ander wrijft bij hem over zijn arm, maar die slaat hij weg.
10. De andere jongen, of eigenlijk jongeman, kijkt achter hem naar de bange vrouwen en dan naar de vrouw in zwart. Als hij zich weer naar de jongen naast hem wendt, controleert hij eerst zijn kansen. Rechts van hem is ruimte. Hij weet dat het nu onvermijdelijk is: hij moet nu handelen. Voordat hij kan doen wat hij moet doen, klapt hij dubbel van de trap in zijn maag.
11. Het meisje gilt als de jongen voor haar een trap in zijn buik krijgt. Ze begint te huilen. De man in zwart schreeuwt dat ze stil moet zijn.
12. Haar moeder duwt het meisje achter zich, beschermend, hopend dat dit snel voorbij is. Bovenop alle ellende kan ze dit er niet bij gebruiken.
13. Het meisje dat naast de jongens op een stoel zit, kijkt verschrikt op en trekt haar tas nog strakker tegen zich aan als de jongen dubbelklapt van de pijn. Tranen wellen op in haar ogen. Ze wist al langer dat de stress haar te veel zou worden.
14. De zakenman die gedraaid zit en met zijn rug tegen haar aanschurkt, roept plots ‘ja’ en schreeuwt dan dat iemand zijn werk maar eens moet doen. Hij gebaart heftig en drukt dan nadrukkelijk zijn mobiel uit. Voor zijn voeten graait hij naar zijn tas, kijkt op en beseft wat er aan de hand is.
'Laat die tas liggen, meneer.' zegt de man in zwart.
De zakenman negeert dit bevel.
‘Laat je tas los!’ schreeuwt de man weer waarop hij achter van zijn rug een pistool pakt.
De middelste persoon in zwart stapt op zij, naar het voor hem linker gedeelte van de metrowagon.
15. Verschrikt wordt de tot dan toe slapende man wakker. Hij zakt pardoes opzij en glijdt bijna van het bankje af. Met moeite krabbelt hij rechtop. Hij schudt zijn hoofd, steekt zijn hand in zijn jaszak en een pijnscheut schiet door zijn rug. De elektrische schok van de taser is zo hevig dat hij alsnog van het bankje zakt. Uit zijn tas valt wat er uitziet als hetgeen de mensen in het zwart moeten hebben. De man in zwart stapt erop af.